Hoe hebben we dit ooit zo kunnen besluiten? Het is een vraag die helaas, al dan niet impliciet, wel eens opborrelt in een vergadering van de RvB, directie of MT. De afgelopen jaren is er meer en meer aandacht gekomen voor de kwaliteit van besluitvorming. Want we zijn er eigenlijk helemaal niet zo goed in. Psychologische vertekeningen liggen op de loer. En mogen we ook nog met het hart of op intuïtie besluiten? Of moeten we het helemaal rationaliseren? In dit artikel een checklist voor besluitvorming.

Een besluit komt tot stand vanuit: intuïtie, kwaliteit van informatie, logica en common sense. Zij doen er allen toe. Maar zoals gezegd, psychologische vertekeningen liggen ook op de loer en daar wordt vaak niet bewust mee omgegaan. De literatuur is ongelofelijk uitgebreid wanneer het aankomt op de effecten. Zonder volledig te zijn een greep:

  • We ontlenen een subjectief gevoel aan zekerheid dat meer informatie leidt tot betere besluiten. Dit klopt echter niet: we kunnen maar een beperkte hoeveelheid informatie aan.
  • Confirmation bias: we gebruiken selectief meer informatie die in lijn is met onze verwachtingen, ambities en wensen.
  • Salience: het gebruiken van informatie die een hoog zichtbaarheidsgehalte heeft, gemakkelijk te interpreteren of voor te stellen is.
  • Biases: er zijn ongelofelijk veel vertekeningseffecten. Zoals: het halo-effect (bepaalde informatie die ontbreekt wordt consistent ingevuld/in lijn gebracht met informatie die er wel is), attributie-effect (toeschrijven van de oorzaak aan een bepaalde in/externe factor) en hindsight bias (achteraf wisten we al lang dat dit resultaat er uit zou komen…).

En dan hebben we het nog niet eens over de effecten die besluitvorming in een groep (zoals een RvB, directiegroep of MT) met zich kan meebrengen: zoals groepsdenken, het common knowledge effect (deelnemers van de vergadering delen bepaalde informatie niet omdat zij denken dat anderen die ook wel hebben en dus meewegen) en de Abelene paradox (deelnemers passen hun voorkeur aan, aan de vooronderstelde voorkeur van de groep).

Een simpele checklist (1) kan al helpen om bewuster om te gaan met besluitvormingprocessen in een vergadering. Veelal helpt het om specifiek iemand de rol toe te bedelen om te letten op psychologische vertekeningen.

  1. Zijn er reële alternatieven onderzocht voor het voorliggende besluit?
  2. Zouden er persoonlijke belangen kunnen meespelen bij de inbrenger van dit besluit?
  3. Zijn de risico’s gedegen onderzocht die gepaard gaan met het voorliggende besluit?
  4. Zijn we niet te positief over het voorliggende besluit?
  5. Als dit besluit over een jaar opnieuw moet worden genomen, welke informatie zou je dan willen hebben om een goed besluit te kunnen nemen?
  6. Is de gebruikte data betrouwbaar?
  7. Is het voorliggende besluit niet te voorzichtig?

Naast deze vragen zijn er nog meer zaken op te nemen in een dergelijke checklist. Want zo dient te worden afgewogen of besluiten passen zijn in de missie, visie en/of meerjaren/jaarplan van  de organisatie. Zijn er checks op te nemen wanneer het gaat om de betrokkenheid van gremia enzovoorts.

22graden helpt organisaties o.a. met het verbeteren van strategische en managementprocessen. Neem voor meer informatie contact op.

1) Naar: Kahneman et. al. Before you make that big decision. Harvard Business Review. Juni 2011.

Veel mensen in zorgorganisaties hebben geen idee wat een bestuurssecretaris zoal doet. Veelal wordt de associatie met een secretaresseachtige functie gemaakt. Daar waar vroeger secretarissen van de Raad van Bestuur vooral een administratieve functie hadden, schuift het vak van bestuurssecretaris veel meer op naar een regiefunctie. Ze werken in de schaduw van de macht. In de zorg zien we dat ook.

De bestuurssecretaris in beursgenoteerde ondernemingen is de ‘hoeder van corporate governance’. In de zorgsector wordt deze rol ook steeds sterker verwacht. Vraagstukken die o.a. tot het domein behoren van de bestuurssecretaris zijn:  Worden besluiten via de correcte procedures en afspraken genomen? Hoe komt de jaarverantwoording tot stand? Hoe kunnen bestuurders, maar ook toezichthouders worden voorzien van juiste en tijdige informatie? Enzovoorts.

Een bestuurssecretaris kan een enorme meerwaarde brengen als smeerolie tussen diverse gremia: OR, CR, directieteam/MT, RvB, RvT/RvC. Een goede bestuurssecretaris weet meer dan ieder ander hoe de vlag er bij hangt in de organisatie en haar omgeving en gebruikt zijn kennis voor één belang: doen wat goed is voor de organisatie. Dat betekent: integriteit, geheimhouding en soms juist het actief delen van informatie. Dat maakt het een fantastisch vak, met een autonome en unieke positie. Maar ook een moeilijk vak: er is een enorme organisatiesensitiviteit nodig, communicatieve en analytische vaardigheden.

In de non-profit sector wordt de bestuurssecretarisfunctie veelal gecombineerd met het aansturen van één of meerdere stafdiensten. De bestuurssecretaris heeft veelal een adviserende rol in de besluitvorming en is inhoudelijk zeer goed op de hoogte van het reilen en zeilen binnen de organisatie. Een goede bestuurssecretaris zorgt ervoor dat het bestuur aan besturen toekomt en toezichthouders aan toezichthouden. Daarom zou iedere organisatie zich een goede secretaris moeten gunnen.

22graden ondersteunt organisaties door het leveren van interim-bestuurssecretarissen en directiesecretarissen. Daarnaast adviseren we over de inrichting van de management- en besturingsprocessen. Deze zijn onlosmakelijk verbonden aan de rol van de bestuurssecretaris. Ook coaching van bestuurssecretarissen is mogelijk.

Doorpraten? Neem gerust contact met ons op.

Het ministerie van VWS is helemaal enthousiast over het zo dicht mogelijk bij huis organiseren van hulp. Een van de vehikels die daarvoor is opgetuigd is de Ziekenhuisverplaatste Zorg (Medisch Specialistische Verpleging Thuis). Dat zijn medische (be)handelingen (zoals infuustherpie, drainages enz.) die thuis worden uitgevoerd in plaats van dat de patiënt in het ziekenhuis hoeft te blijven liggen. Maar de echte verschuiving van ziekenhuiszorg naar huis of 1,5 lijnscentra, komt moeizaam van de grond.

Jef Mol Msc. MHA van 22graden deed onderzoek naar Ziekenhuisverplaatste Zorg en samenwerkingmodellen voor ziekenhuizen en thuiszorgorganisaties.

Onderzoek

Er werd een casestudy verricht op verzoek van een zorgorganisatie (anoniem). Alle relevante beleidsdocumenten van VWS, Actiz, NVZ, ZN, NZa, CVZ en het zorginkoopbeleid werden geanalyseerd. Daarnaast werden in totaal 19 interviews gehouden met artsen, managers van ziekenhuizen, managers en bestuurders van thuiszorgorganisaties, (transfer)verpleegkundigen en met diverse beleidsambtenaren. Centraal stond de vraag hoe er een impuls kan worden gegeven aan de ontwikkeling van ziekenhuisverplaatste zorg in Nederland.

Discussie

Uit het onderzoek blijkt dat ziekenhuisverplaatste zorg een weerbarstig dossier is. Grofweg zijn er drie discussiepunten die spelen.

Er is discussie over het tarief dat wordt geboden voor ziekenhuisverplaatste zorg in de thuissituatie. Thuiszorgorganisaties stellen dat het te laag is om kostendekkend dit product te leveren. Zorgverzekeraars Nederland is het hier niet mee eens. Een mislukte poging voor een gezamenlijk voorstel richting NZa leidt ertoe dat de partijen al meer dan 1,5 jaar wachten op uitsluitsel van of nader onderzoek door de NZa.

Een tweede punt van discussie is de wijze waarop de ziekenhuisverplaatste zorg het beste kan worden ingekocht. Zorgverzekeraars zouden ziekenhuisverplaatste zorg graag inkopen bij ziekenhuizen. Dat maakt de medische verantwoordelijkheid helder en zorgt voor prikkels om ligduur en behandelkosten te drukken. Maar de ziekenhuizen staan er niet om te trappelen om zelf te extramuraliseren, laat staan zelf onderaannemingscontracten te sluiten met bijvoorbeeld thuiszorgaanbieders en toe te zien op de kwaliteit.

Als laatste is er nog het punt van de regionale functie. Ziekenhuisverplaatste zorg stelt hoge eisen aan oproepbaarheid en bereikbaarheid (24/7) van (specialistisch)verpleegkundigen. Dat terwijl het volume laag is en het adherentiegebied van een ziekenhuis meestal vrij groot. Het beste kan een en ander regionaal georganiseerd worden om inefficiënties te voorkomen, daar is iedereen het over eens. En ondanks dat de NMa mogelijkheden biedt voor samenwerkingen om dit soort inefficiënties te voorkomen, speelt dan het positiespel toch vaak een rol. Daardoor ontstaan er separate teams voor ziekenhuisverplaatste zorg in bepaalde werkgebieden, met eigen processen/procedures. Dat is inefficiënt en zorgt voor veel onduidelijkheden bij diverse partijen.

Stakeholdersbelangen

De belangen van de betrokken stakeholders zijn (te) divers, daardoor zit het dossier op slot.

Stakeholders

Thuiszorgaanbieders willen het product graag kostendekkend leveren en zien hier markt. Zij brengen de infrastructuur in. De verzekeraar heeft belang bij minder totale kosten en wentelt nu nog liever af op de AWBZ (risicoverevening). De ziekenhuizen willen efficiencyvoordelen halen, maar zitten niet te wachten op inkomstenverlies. Zij brengen wel een cruciaal element in: de patiënten en de medische eindverantwoordelijkheid. En de patiënt? Die loopt kwaliteit van leven mis door onterecht vaak/lang in het ziekenhuis te liggen.

Oplossingsrichtingen

Ziekenhuizen en thuiszorgaanbieders moeten hun belangen in lijn brengen. Dat kan door te kiezen voor organisatiemodellen als een joint venture. Verzekeraars maken zich op om flinke druk uit te oefenen op substitutie van zorg. Door vergroot inzicht in de DOT structuur wordt helder waar onterechte ligdagen ontstaan en zorg goedkoper kan worden georganiseerd. Binnen het huidige systeem is voor velen de status quo nog comfortabel, maar het is ook een morele plicht van directies en besturen om de handschoen op te pakken om onterechte ziekenhuiszorg te verschuiven naar de thuissituatie. Laat staan dat het verstandig is te anticiperen op de nabije toekomst.

Doorpraten? Wij ondersteunen in samenwerkingstrajecten tussen ziekenhuizen en thuiszorg. Neem dan gerust contact op.